Analyse · wraking en rechtsbescherming
Wraking in Wvggz-zaken
Een rechter kan ook in een Wvggz-zaak worden gewraakt. Maar wraking is geen hoger beroep en geen middel tegen een onwelgevallige beslissing. De lat ligt hoog: er moeten concrete feiten zijn die wijzen op partijdigheid of op de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan.
Wraking is dus formeel mogelijk. Maar de praktijk is weerbarstig. Gepubliceerde Wvggz-wrakingszaken laten vooral zien dat verzoeken meestal worden afgewezen wanneer zij gaan over zittingsleiding, procedurele beslissingen of het gevoel dat de rechter de psychiatrische lijn al volgt.
Dat maakt wraking tot een dubbelzinnig rechtsmiddel. Op papier bestaat het. In de praktijk is het zelden een effectieve correctie op rechterlijke deferentie aan psychiatrische expertise.
Wat is wraking?
Wraking is geregeld in artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Een rechter kan worden gewraakt wanneer sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
Het gaat daarbij niet alleen om daadwerkelijke partijdigheid. Ook de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid kan genoeg zijn.
Maar die schijn moet wel blijken uit concrete feiten. Een gevoel dat de rechter tegen de betrokkene is, is onvoldoende. Ook het enkele feit dat de rechter kritische vragen stelt, de psychiater lijkt te volgen of een verzoek afwijst, is meestal niet genoeg.
Wraking gaat niet over de vraag of de rechter een verkeerde beslissing neemt, maar over de vraag of de rechter nog als onpartijdig kan worden gezien.
Kan wraking in een Wvggz-zaak?
Ja. Een Wvggz-procedure is een civiele verzoekschriftprocedure. Daarom geldt de algemene wrakingsregeling ook in zaken over een zorgmachtiging, voortzetting van een crisismaatregel of andere rechterlijke beslissingen onder de Wvggz.
Een wrakingsverzoek moet worden gedaan zodra de grond voor wraking bekend is. Wie wacht tot na de uitspraak, is te laat. Tijdens de zitting kan de betrokkene of diens advocaat zeggen dat de rechter wordt gewraakt en uitleggen waarom.
De behandeling van de hoofdzaak wordt dan in beginsel onderbroken. Als de rechter niet zelf berust in de wraking, beslist een wrakingskamer over het verzoek.
Wanneer kan wraking kansrijk zijn?
Wraking kan kansrijker zijn wanneer er concrete feiten zijn die wijzen op persoonlijke vooringenomenheid of de objectief gerechtvaardigde schijn daarvan.
Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin de rechter:
- vóór de inhoudelijke behandeling al zegt dat de machtiging zal worden toegewezen;
- denigrerende of stigmatiserende opmerkingen maakt over de betrokkene;
- structureel weigert de betrokkene of advocaat te laten spreken;
- een relevante persoonlijke of professionele band heeft met een partij, instelling of deskundige;
- buiten de procedure om contact heeft gehad over de inhoud van de zaak;
- duidelijk blijk geeft van een gesloten oordeel voordat de verweren zijn behandeld.
Ook dan blijft wraking onzeker. De wrakingskamer kijkt streng naar de feiten en zal niet snel aannemen dat een rechter partijdig is.
Wanneer is wraking meestal kansloos?
Wraking is meestal kansloos wanneer het verzoek eigenlijk gaat over onvrede met de beslissing of het procesverloop.
Voorbeelden:
- de rechter volgt de psychiater;
- de rechter wijst een verzoek van de advocaat af;
- de rechter vindt de medische verklaring voldoende;
- de rechter stelt kritische vragen aan de betrokkene;
- de rechter houdt de zitting strak;
- de rechter lijkt weinig begrip te hebben voor het verhaal van de betrokkene;
- de rechter gelooft de instelling eerder dan de betrokkene.
Dat kan allemaal problematisch zijn. Maar juridisch wordt het meestal niet gezien als wrakingsgrond.
Hier ontstaat precies het probleem voor Wvggz-zaken. Wat de betrokkene ervaart als vooringenomenheid, namelijk dat de rechter de psychiatrische lijn al lijkt te volgen, wordt door het wrakingsrecht vaak vertaald als gewone rechterlijke oordeelsvorming.
Gepubliceerde voorbeelden
Rb. Oost-Brabant 2021 — ECLI:NL:RBOBR:2021:2926
In deze Wvggz-context wraakte verzoeker de rechter vanwege de wijze waarop de zitting werd geleid. De klacht ging onder meer over het gevoel onvoldoende ruimte te krijgen om het woord te voeren.
Het wrakingsverzoek werd afgewezen. De wrakingskamer zag geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.
Deze zaak laat zien dat onvrede over zittingsleiding meestal onvoldoende is. Ook wanneer een betrokkene ervaart dat hij niet werkelijk wordt gehoord, vertaalt de wrakingskamer dat niet snel naar partijdigheid.
Rb. Den Haag 2025 — ECLI:NL:RBDHA:2025:23116
Deze zaak betrof wraking in een zorgmachtigingsprocedure. De wrakingsgronden hadden vooral betrekking op procedurele beslissingen en onvrede over het verloop van de zaak.
Ook hier werd het verzoek afgewezen. De rechtbank benadrukte dat wraking geen verkapt rechtsmiddel is.
Dat is juridisch vaste rechtspraak. Maar in Wvggz-zaken heeft dit een extra scherpe betekenis: tegen een zorgmachtiging staat geen gewoon hoger beroep open. Als wraking geen middel is tegen procedurele of inhoudelijke fouten, en hoger beroep ontbreekt, blijft voor de betrokkene nauwelijks een feitelijke correctiemogelijkheid over.
Rb. Den Haag 2026 — ECLI:NL:RBDHA:2026:4810
Deze zaak speelde in het kader van een aansluitende zorgmachtiging voor twaalf maanden. Het wrakingsverzoek werd tijdens de zitting gedaan en later per e-mail uitgewerkt.
De wrakingskamer wees het verzoek af. Opnieuw werd benadrukt dat wraking niet bedoeld is als verkapt rechtsmiddel en dat onvoldoende concrete feiten waren aangevoerd voor vooringenomenheid.
De zaak laat zien hoe wraking in een lopende zorgmachtigingsprocedure functioneert. De betrokkene probeert de rechterlijke houding of procedure ter discussie te stellen, maar de wrakingskamer herleidt het verzoek tot onvrede met beslissingen of procesverloop.
Rb. Rotterdam 2023 — ECLI:NL:RBROT:2023:4818
Deze Wvggz-beschikking vermeldt dat de behandeling plaatsvond nadat een wrakingsverzoek was afgewezen. Het ging om een verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel.
Dit is geen wrakingsbeslissing zelf, maar wel een voorbeeld dat wraking ook in acute Wvggz-procedures daadwerkelijk wordt ingezet. Na afwijzing van het wrakingsverzoek gaat de hoofdzaak verder en beslist de rechter alsnog over verplichte zorg.
Rb. Rotterdam 2020 — ECLI:NL:RBROT:2020:2454
Deze zaak wordt in juridische databanken genoemd als wrakingszaak in het kader van een verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel.
Omdat de volledige tekst niet zonder meer via Rechtspraak.nl is opgenomen, past hier voorzichtigheid. De zaak wordt daarom alleen genoemd als aanvullend voorbeeld dat wraking ook in de context van acute verplichte zorg voorkomt.
Het structurele probleem
Wraking laat in Wvggz-zaken een structureel probleem zien.
Aan de ene kant is wraking formeel beschikbaar. De betrokkene mag de rechter wraken wanneer concrete feiten wijzen op partijdigheid of de schijn daarvan.
Aan de andere kant is het wrakingsrecht zeer terughoudend. Bijna alles wat in Wvggz-zaken voor betrokkenen wezenlijk is, zoals het volgen van de psychiater, het weinig gewicht geven aan verzet, het snel aannemen van ernstig nadeel en het passeren van alternatieven, wordt juridisch gezien als inhoudelijke beoordeling. En inhoudelijke beoordeling is geen wrakingsgrond.
Daardoor ontstaat een kloof tussen de ervaring van de betrokkene en de juridische taal van het systeem.
De betrokkene zegt: de rechter had zijn oordeel al klaar en volgde de psychiater.
Het systeem antwoordt: dat is geen wraking, maar onvrede met de beslissing.
Juist in de Wvggz is dat antwoord onbevredigend. Er is immers geen gewoon hoger beroep. De betrokkene kan dus niet naar een gerechtshof voor een volledige tweede beoordeling van de feiten.
Wraking mag geen verkapt hoger beroep zijn. Maar wanneer hoger beroep ontbreekt, wordt het ontbreken van effectieve correctie des te zichtbaarder.
Wraking en rechterlijke deferentie
Voor Recht op Geest is wraking vooral interessant als symptoom van een dieper probleem: rechterlijke deferentie aan psychiatrische expertise.
Veel Wvggz-beschikkingen draaien op medische verklaringen, zorgplannen en verklaringen van instellingen. De rechter moet daar kritisch naar kijken, maar in de praktijk ervaren betrokkenen vaak dat de medische lijn doorslaggevend is.
Wanneer zij dat als partijdigheid ervaren, biedt wraking meestal geen oplossing. De wrakingskamer zegt dan in feite: de rechter mag een voorlopig oordeel vormen, mag de zitting leiden, mag beslissingen nemen en mag uiteindelijk de psychiater volgen. Alleen concrete aanwijzingen voor partijdigheid tellen.
Zo blijft de kernklacht buiten beeld. Niet: is deze rechter formeel partijdig? Maar: waarom wordt het structureel volgen van psychiatrische expertise niet gezien als rechtsstatelijk probleem?
Conclusie
Wraking is in Wvggz-zaken mogelijk, maar zelden effectief.
De gepubliceerde voorbeelden laten vooral zien dat wrakingsverzoeken worden afgewezen wanneer zij gaan over zittingsleiding, procesbeslissingen of het gevoel dat de rechter de psychiatrische lijn volgt. Juridisch wordt dat meestal niet gezien als partijdigheid, maar als onvrede met de beslissing.
Dat is begrijpelijk binnen het wrakingsrecht, maar problematisch binnen de Wvggz.
Want in Wvggz-zaken staat geen gewoon hoger beroep open. De betrokkene krijgt dus geen volledige tweede feitelijke beoordeling door een gerechtshof. Cassatie is beperkt. Wraking is geen inhoudelijk rechtsmiddel. En klachten over rechterlijke deferentie worden vaak afgedaan als subjectieve onvrede.
Daarmee ontstaat een rechtsbeschermingsvacuüm. De burger wordt geconfronteerd met zeer ingrijpende staatsdwang, maar beschikt slechts over beperkte middelen om de rechterlijke beoordeling werkelijk te laten corrigeren.
Dat is precies wat Recht op Geest documenteert: niet alleen individuele fouten, maar een systeem waarin psychiatrische expertise vaak zwaarder weegt dan het verweer van de burger.
Heeft u wraking overwogen of geprobeerd in een Wvggz-zaak?
Bent u in een Wvggz-procedure geconfronteerd met een rechter die volgens u de psychiatrische lijn al volgde voordat uw verweer werkelijk was behandeld?
Meld uw ervaring of beschikking voor documentatie van rechterlijke deferentie aan psychiatrische expertise.
Verder lezen
- Waarom kent de Wvggz geen hoger beroep?
- Waarom cassatie voor betrokkenen zo moeilijk is in Wvggz-zaken
- Verbeter de rechtsbescherming in psychiatrische dwangzaken
- Meld een beslissing
Bronnen
- Artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering — wraking wegens feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
- Rechtspraak.nl — algemene uitleg over wraking en verschoning. rechtspraak.nl/themas/wraking-en-verschoning/procedure-om-de-rechter-te-wraken
- Rb. Oost-Brabant 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:2926. uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBOBR:2021:2926
- Rb. Den Haag 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:23116. uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:23116
- Rb. Den Haag 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4810. uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:4810
- Rb. Rotterdam 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:4818. uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2023:4818
- Rb. Rotterdam 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2454. opmaat.sdu.nl/content/ECLI_NL_RBROT_2020_2454