Analyse · autonomie, burgerschap en dossiermacht
De onafhankelijke betrokkene
De Wvggz kent de onafhankelijke psychiater als formele waarborg. Maar waar is de onafhankelijke betrokkene: de burger die niet samenvalt met zijn dossier, zijn diagnose, zijn risicoprofiel of de taal van de instelling?
De asymmetrie
In de Wvggz heeft de onafhankelijke psychiater een duidelijke plaats. Hij wordt aangewezen door de geneesheer-directeur, beoordeelt de actuele gezondheidstoestand, stelt een medische verklaring op en helpt daarmee de rechterlijke beslissing voorbereiden. Rond hem ontstaat een aura van professionaliteit: deskundig, klinisch, neutraal, noodzakelijk.
Maar tegenover die figuur staat zelden een even krachtige juridische figuur van de patiënt zelf. De wet spreekt over betrokkene, patiënt, eigen plan van aanpak, zorgkaart en zelfbindingsverklaring. Dat klinkt participatief. Toch blijft de centrale figuur in de praktijk vaak het dossier. Betrokkene mag reageren op een werkelijkheid die anderen al hebben geordend.
Recht op Geest draait dat om. De onafhankelijke betrokkene is de burger die weet dat hij onderwerp is van een procedure, maar weigert object van die procedure te worden.
Ik ben niet onafhankelijk omdat een psychiater mij vrijspreekt. Ik ben onafhankelijk omdat mijn vrijheid het uitgangspunt is.
De onafhankelijke psychiater is niet buiten de psychiatrie
De formele onafhankelijkheid van de psychiater is belangrijk, maar beperkt. Onafhankelijkheid van een behandelrelatie is niet hetzelfde als onafhankelijkheid van een beroepscultuur. De psychiater kan buiten het behandelteam staan en toch spreken in de grammatica van stoornis, risico, ziektebesef, behandelnoodzaak, medicatietrouw, crisispreventie en veiligheid.
Dat is geen persoonlijke beschuldiging. Het is een structurele vaststelling. Wie een brandweerman stuurt, krijgt brandtaal. Wie een politieagent stuurt, krijgt ordehandhavingstaal. Wie een psychiater stuurt, krijgt stoornistaal. Dat kan deskundig zijn, maar het is niet neutraal.
Daarom moet tegenover de onafhankelijke psychiater een tweede figuur worden geplaatst: de onafhankelijke betrokkene. Niet als anti-zorgkarikatuur, maar als rechtssubject dat eigen taal, eigen geschiedenis en eigen rechtspositie behoudt.
Betrokkene of burger?
Het woord betrokkene klinkt passief. Men is betrokken bij iets dat anderen hebben voorbereid. Betrokken in een zorgelijke situatie. Betrokken in een procedure. Betrokken in een dossier. In de Wvggz kan betrokkenheid een vangnetwoord worden: de persoon is het object van bestuurlijke, medische en juridische aandacht.
De onafhankelijke betrokkene breekt dat open.
Ik ben niet slechts betrokken bij uw procedure. U bent betrokken bij mijn vrijheid.
De procedure vraagt: werkt betrokkene mee? De burger vraagt: werkt de staat zorgvuldig? De procedure vraagt: heeft betrokkene ziektebesef? De burger vraagt: heeft de instelling machtsbesef? De procedure vraagt: is vrijwillige zorg nog mogelijk? De burger vraagt: is dwang niet het gevolg van institutioneel ongeduld?
Persoonlijke soevereiniteit zonder fantasie
Persoonlijke soevereiniteit is geen magisch woord waarmee iemand de wet buiten werking stelt. Niemand kan juridisch sterk zeggen: ik ben soeverein, dus de Wvggz geldt niet voor mij. Dat is geen rechtsbescherming, maar vluchtretoriek.
Maar als grondrechtelijk uitgangspunt is persoonlijke soevereiniteit onmisbaar. Het lichaam, de woning, de persoonlijke levenssfeer, de zelfbeschrijving en de binnenwereld van de persoon zijn niet van de staat, niet van de instelling, niet van de psychiater en niet van het dossier. Wie daarop wil ingrijpen, moet dat rechtvaardigen.
De Wvggz is dus geen gunst van de rechtsstaat aan de patiënt. Zij is een wettelijke mogelijkheid tot beperking van grondrechten. Die beperking moet telkens opnieuw worden bewezen: concreet, actueel, toetsbaar, proportioneel, subsidiair en doelmatig.
Vrijzinnigheid tegen zorgmoraal
Een burger mag vreemd zijn. Excentriek. Onaangepast. Religieus, atheïstisch, mystiek, nuchter, luidruchtig, teruggetrokken, eigenwijs, boos, wantrouwend of intens. Hij mag de taal van herstel weigeren wanneer die taal een zachte dwangtaal wordt. Hij mag geen dankbare cliënt willen worden.
De psychiatrie kan afwijking te snel als klinisch signaal lezen. Burgerlijke vrijzinnigheid antwoordt: afwijking is niet automatisch pathologie. Medicatiekritiek is geen bewijs van stoornis. Conflict met hulpverlening is geen medisch feit. Weigering is niet automatisch gebrek aan inzicht. Juridisch taalgebruik is niet automatisch querulantie. Onwil is soms gewoon wil.
Niet de betrokkene moet aantonen dat hij perfect functioneert. De verzoeker moet aantonen dat dwang noodzakelijk is.
Macht moet zich schamen
Het anarchistische element in deze analyse is geen pleidooi voor chaos, agressie of wetteloosheid. Het is wantrouwen tegenover geconcentreerde macht, zeker wanneer die macht zichzelf presenteert als zorg.
De instelling zegt: wij zijn nodig omdat er risico is. De psychiater zegt: ik ben nodig omdat er beoordeling is. Het OM zegt: ik ben nodig omdat de wet mij inschakelt. De rechter zegt: ik ben nodig omdat er toetsing is. Zo wordt de keten zelf het argument voor de keten.
De onafhankelijke betrokkene stelt de ongemakkelijke vraag:
Wie controleert de controleurs wanneer hun controle zich voordoet als zorg?
Verplichte psychiatrische zorg kan soms wettelijk mogelijk zijn. Maar zij mag nooit trots binnenkomen als vanzelfsprekende behandeling. Elke millimeter inbreuk moet worden verantwoord. Macht moet ongemakkelijk zijn met zichzelf.
Autonomie versus autonomie-theater
De Wvggz spreekt over eigen regie, eigen plan van aanpak, zorgkaart en zelfbindingsverklaring. Dat zijn belangrijke instrumenten. Maar er is een verschil tussen autonomie en autonomie-theater.
Autonomie-theater is wanneer de patiënt mag kiezen tussen routes die de instelling al heeft goedgekeurd. Wanneer de zorgkaart een menukaart voor dwang wordt. Wanneer “eigen regie” betekent dat de patiënt vrijwillig instemt met wat anders verplicht wordt opgelegd. Wanneer het eigen plan alleen serieus wordt genomen als het de medische hypothese bevestigt.
Echte autonomie kan ongemakkelijk zijn. Zij kan zeggen: ik wil hulp, maar niet onder dreiging van opname. Ik wil medicatievrij blijven tenzij concrete, actuele en toetsbare noodzaak bestaat. Ik wil niet dat oude incidenten eindeloos als toekomstbewijs worden gebruikt. Ik wil dat mijn woning geen observatieruimte wordt. Ik wil dat herstel niet betekent: terugkeer naar gehoorzaamheid.
Burgerschap tegen patiëntisering
De Wvggz-patiënt blijft burger. Dat moet harder worden gezegd. Rechten bestaan niet pas wanneer iemand stabiel, beleefd, coherent, medicatietrouw en communicatief aangenaam is. Grondrechten gelden juist wanneer de situatie moeilijk wordt.
Patiëntisering is het proces waarbij burgerlijke handelingen worden omgezet in medische signalen. Een klacht wordt agitatie. Een juridische vraag wordt wantrouwen. Een weigering wordt zorgmijding. Een beroep op privacy wordt achterdocht. Een eis om bewijs wordt gebrek aan ziektebesef. Een foutencorrectie wordt preoccupatie.
Dat is gevaarlijk omdat het normale conflict tussen burger en macht depolitiseert. Wat een rechtsvraag is, wordt een symptoom. Wat een bewijsprobleem is, wordt een communicatieprobleem. Wat een grondrecht is, wordt een zorgbehoefte.
Mijn burgerschap is niet opgeschort omdat u mij patiënt noemt.
Woning en lichaam als grenzen
De woning is geen verlengde van de spreekkamer. De deurbel is geen dagvaarding. De hal is geen observatiepost. De keukentafel is geen diagnostisch instrument. Wie aanbelt namens de psychiatrie komt niet binnen in neutrale ruimte, maar aan de grens van iemands persoonlijke levenssfeer.
Ook het lichaam is geen uitvoeringslocatie van risicobeleid. Verplichte medicatie grijpt niet alleen in op gedrag, maar ook op slaap, seksualiteit, gewicht, spierspanning, emoties, concentratie, bewegingsvrijheid, gezichtsuitdrukking, metabolisme en zelfgevoel. Dat is geen praktisch detail. Dat is lichamelijke soevereiniteit.
Daarom moet verplichte medicatie nooit worden besproken alsof het slechts een behandeloptie is. Het is een inbreuk die soms wettelijk kan worden toegestaan, maar nooit mag verdwijnen in het woord zorg.
De psychiater is deskundig; betrokkene blijft auteur
Deskundigheid is niet hetzelfde als auteurschap. De psychiater kan deskundig zijn over psychiatrische classificaties, risico-inschattingen en behandelopties. Maar hij is niet de auteur van het leven van betrokkene.
De medische verklaring kan zeggen: betrokkene vertoont achterdocht. Betrokkene kan zeggen: ik heb ervaring met onjuiste dossiervorming en vraag daarom naar bronnen. De verklaring kan zeggen: betrokkene weigert zorg. Betrokkene kan zeggen: ik accepteer vrijwillige ondersteuning onder voorwaarden, maar verzet mij tegen dwang. De verklaring kan zeggen: geen ziektebesef. Betrokkene kan zeggen: ik betwist niet dat er problemen zijn; ik betwist diagnose, causaliteit en noodzaak van verplichte zorg.
De rechter moet dus niet alleen vragen wat de psychiater over de patiënt zegt. Hij moet ook vragen wat de patiënt zegt over de psychiater, de procedure, de diagnose, het dossier en de machtsketen.
Tegen de taal van inzicht
“Inzicht” is een van de gevaarlijkste woorden in de psychiatrische machtstaal. Het lijkt bescheiden. Maar in de Wvggz-praktijk betekent inzicht vaak: de mate waarin betrokkene instemt met de medische beschrijving van zichzelf.
Dat is geen inzicht. Dat is conformiteit.
Er moet onderscheid worden gemaakt tussen probleembesef, diagnosebesef, behandelinstemming, dwangbesef, rechtsbesef en machtsbesef. Iemand kan weinig diagnose-instemming tonen en tegelijk veel rechtsbesef hebben. Het is een categoriefout om dat juridisch bewustzijn als symptoom te lezen.
Vrijheid als bewijsvermoeden
In de Wvggz zou een vrijheidspresumptie centraal moeten staan:
De burger is vrij, tenzij concreet, actueel, toetsbaar en tegensprekelijk wordt bewezen dat een wettelijke uitzondering noodzakelijk is.
In de praktijk kan het omgekeerde gebeuren. Wie eenmaal in het dossier zit, moet laten zien dat hij veilig genoeg is om vrijheid te behouden. Oude incidenten worden toekomstvoorspellers. Weigering wordt risico. Stilte wordt signaal. Afstand tot hulpverlening wordt gebrek aan inzicht.
De onafhankelijke betrokkene eist de vrijheidspresumptie terug: de staat hoeft niet zeker te weten dat iemand nooit zal ontsporen; de staat moet bewijzen dat nú aan de wettelijke criteria voor dwang is voldaan.
Twaalf stellingen
- Ik ben niet het object van uw zorgmachtiging, maar het subject van mijn vrijheid.
- Mijn woning is geen verlengstuk van uw spreekkamer.
- Mijn lichaam is geen uitvoeringslocatie van uw risicobeleid.
- Mijn weigering is niet automatisch symptoom; zij kan ook rechtsbescherming zijn.
- Mijn kritiek op de psychiatrie is geen bewijs van psychiatrische noodzaak.
- Mijn gebrek aan instemming met uw diagnose is geen gebrek aan probleembesef.
- Mijn verhaal begint niet bij uw dossier.
- Mijn eigen plan is geen decorstuk, maar een alternatief voor dwang.
- Uw medische verklaring is een processtuk, geen openbaring.
- Uw onafhankelijkheid bewijst niet mijn afhankelijkheid.
- Wie mij wil beperken, moet preciezer spreken dan ik.
- Ik hoef mijn vrijheid niet te verdienen; u moet haar beperking rechtvaardigen.
Praktische taal
Tegen de onafhankelijke psychiater:
Ik erken uw formele rol als onafhankelijk psychiater, maar ik behoud mijn eigen onafhankelijke positie als betrokkene. Ik wil dat mijn eigen duiding volledig wordt opgenomen en niet uitsluitend psychiatrisch wordt samengevat.
Tegen de rechter:
Ik verzoek de rechtbank mij niet alleen als patiënt te horen, maar als burger wiens grondrechten worden beperkt. De vrijheid moet het uitgangspunt blijven; het verzoek moet concreet aantonen waarom dwang nu noodzakelijk, proportioneel en subsidiair is.
Tegen de advocaat:
Ik wil dat u mijn positie formuleert als die van een onafhankelijke betrokkene: procespartij, burger, drager van grondrechten, niet slechts patiënt. Ik wil dat u bezwaar maakt tegen elke passage waarin mijn rechtsbescherming wordt gepsychologiseerd.
Geen onafhankelijke psychiater zonder onafhankelijke betrokkene
De onafhankelijke betrokkene is geen wettelijk begrip. Juist daarom is het nodig. Het is een tegenbegrip, een burgerrechtelijke figuur tegenover dossiermacht en deskundigendeferentie. Hij verschijnt wanneer iemand zegt: dit ben ik niet, dit is een machtstekst over mij. Hij verschijnt wanneer iemand vraagt waarom de psychiater onafhankelijk heet, maar de patiënt niet.
Dat betekent niet dat betrokkene altijd gelijk heeft. Het betekent dat hij nooit verdwijnt. Niet in de medische verklaring. Niet in de risicotaxatie. Niet in het zorgplan. Niet in de zitting. Niet in de beschikking. Niet in de injectie. Niet in de opname. Niet in de taal van de ander.
U mag mij onderzoeken, maar u mag mij niet vervangen.
Bronnen en verder lezen
- Informatiepunt dwang in de zorg, Wet verplichte ggz.
- Informatiepunt dwang in de zorg, procedure voor een zorgmachtiging.
- Informatiepunt dwang in de zorg, zorgmachtiging in de Wvggz.
- Informatiepunt dwang in de zorg, medische verklaring in de Wvggz.
- Artikel 10 Grondwet, persoonlijke levenssfeer.
- Artikel 11 Grondwet, onaantastbaarheid van het lichaam.
- Recht op Geest, Deurbelpsychiatrie in de Wvggz.
- Recht op Geest, Definitiemacht, positiemacht en onmacht in de Wvggz.
- Recht op Geest, Verschoningsrecht en verklaringsregie in de Wvggz.