Dit standaardformulier is bedoeld voor een betrokkene en diens advocaat om het eigen verhaal gestructureerd naast de medische verklaring te zetten. Het formulier is het tegenovergestelde van een medische verklaring: niet de instelling spreekt over de betrokkene, maar de betrokkene legt vast wat klopt, wat wordt betwist, wat ontbreekt en welke minder ingrijpende alternatieven mogelijk zijn.
Geen juridisch advies. Gebruik dit formulier bij voorkeur samen met een advocaat, patiëntenvertrouwenspersoon of andere ondersteuner. Pas het aan de concrete zaak aan en voeg alleen informatie toe die veilig en relevant is.
De medische verklaring heeft in Wvggz-zaken veel gewicht. Daardoor kan het eigen verhaal van betrokkene versnipperd raken: een opmerking tijdens de zitting, een bezwaar via de advocaat, losse stukken, familie-informatie of herinneringen die niet in het dossier staan. Dit formulier helpt om dat verhaal vooraf te ordenen.
Het doel is niet om medische deskundigheid te vervangen. Het doel is om toetsing mogelijk te maken. De rechter moet kunnen zien welke feiten worden erkend, welke conclusies worden betwist, welke context ontbreekt, welke alternatieven bestaan en welke concrete beslissing wordt gevraagd.
1. Gegevens van de zaak
2. Korte kernverklaring van betrokkene
Schrijf in maximaal tien zinnen wat volgens betrokkene de kern van de zaak is. Begin niet met diagnose of dossiergeschiedenis, maar met het eigen perspectief.
3. Wat klopt in de medische verklaring?
Erken wat feitelijk klopt. Dat maakt de tegenverklaring sterker en preciezer. Het gaat hier om concrete feiten, niet om algemene labels.
4. Wat klopt niet, is verouderd of mist context?
Noteer per punt wat in de medische verklaring staat, waarom dat volgens betrokkene onjuist of onvolledig is, en welke bron of getuige dat kan ondersteunen.
5. Oude feiten en dossiergeschiedenis
Oude gebeurtenissen kunnen in een dossier blijven terugkomen. Vraag hier expliciet aandacht voor actualiteit: zegt dit oude feit nog iets over de situatie van nu?
6. Mijn uitleg voor gedrag dat als symptoom wordt gelezen
Gedrag kan in een medisch dossier snel een label krijgen: zorgmijding, gebrek aan ziekte-inzicht, achterdocht, ontregeling of agressie. Beschrijf hier de eigen uitleg.
7. Ernstig nadeel: concreet of abstract?
De rechter moet beoordelen of er ernstig nadeel is. Vraag daarom om concrete onderbouwing: wat zou er gebeuren, hoe waarschijnlijk is dat, en welke feiten tonen dat aan?
8. Vrijwillige zorg en minder ingrijpende alternatieven
Een machtiging mag niet vanzelfsprekend worden als vrijwillige of minder ingrijpende opties mogelijk zijn. Maak concreet wat betrokkene wel wil accepteren.
9. Medicatie, bijwerkingen en lichamelijke integriteit
Als medicatie onderdeel is van de gevraagde verplichte zorg, leg dan vast wat de ervaring van betrokkene is en welke vragen nog openstaan.
10. Wat wil ik dat de rechter beslist?
Formuleer samen met de advocaat een concreet verzoek. Een rechter kan beter toetsen wanneer duidelijk is wat betrokkene vraagt.
11. Vragen die de advocaat aan de psychiater kan stellen
Welke feiten zijn direct door u waargenomen en welke komen uit oude dossiers?
Welke informatie van betrokkene is meegewogen en waar blijkt dat uit?
Welke alternatieve verklaringen voor het gedrag zijn onderzocht?
Waarom is vrijwillige zorg volgens u onvoldoende?
Welke minder ingrijpende alternatieven zijn concreet geprobeerd?
Welke oude feiten gebruikt u nog, en waarom zijn die volgens u actueel?
Welke onderdelen van het risico zijn zeker, waarschijnlijk of slechts mogelijk?
Welke vorm van verplichte zorg is strikt noodzakelijk, en welke niet?