Analyse · herstelrecht en schadevergoeding

Van tientjesrecht naar herstelrecht

Een gegronde Wvggz-klacht is geen administratieve rimpel. Zij betekent dat het systeem rond lichaam, vrijheid, medicatie, insluiting of rechtspositie over de grens is gegaan. De vraag is dan niet of een kleine tegemoetkoming netjes oogt, maar of het recht de schending werkelijk durft te erkennen.

De vraag

Is het niet tijd voor politieke erkenning van herstelbetalingen aan slachtoffers van een falende GGZ?

Ja. Niet als liefdadigheid. Niet als emotionele pleister. Niet als strafexpeditie tegen individuele hulpverleners. Wel als rechtsstatelijke erkenning dat een systeem dat bevoegd is tot dwang ook een zware herstelplicht heeft wanneer die dwang onrechtmatig, onzorgvuldig of onvoldoende gemotiveerd blijkt.

De Wvggz geeft instellingen, psychiaters, geneesheer-directeuren, burgemeesters, officieren van justitie en rechters toegang tot de meest intieme plekken van iemands leven: het lichaam, de kamer, de deur, de medicatie, het dossier, het contact met familie, de mogelijkheid om naar buiten te gaan. Wie zulke macht organiseert, moet ook organiseren dat schade niet wordt weggemasseerd met bedragen die de ernst kleiner maken dan zij is.

Wie dwang mag inzetten, moet herstel kunnen dragen.

Het juridische kader

De Wvggz kent een klachtrecht voor beslissingen rond verplichte zorg. De patient, vertegenwoordiger of naaste kan klagen over beslissingen van de zorgverantwoordelijke, geneesheer-directeur of zorgaanbieder. De klachtencommissie kan een beslissing terugdraaien en schadevergoeding toekennen; beroep bij de rechter is mogelijk.

Ook schadevergoeding voor materiele en immateriele schade past binnen dit stelsel. De patient kan die vergoeding vragen bij de klachtencommissie en bij de rechter. Beide kunnen ook uit zichzelf vergoeding toekennen. De maatstaf is redelijkheid en billijkheid.

Op papier klinkt dat ruim. In werkelijkheid is de norm zwak. Redelijkheid en billijkheid kunnen maatwerk mogelijk maken, maar in een ongelijk domein kunnen zij ook leiden tot gewoontevorming: een orientatiepunt hier, een forfait daar, een bedrag dat bestuurlijk hanteerbaar is en juridisch verdedigbaar lijkt. Zo ontstaat het gevaar dat de open norm niet de patient beschermt, maar de instelling ontziet.

De schade is groter dan het bedrag

Schade in de Wvggz is zelden alleen een bonnetje, een gemiste afspraak of een concrete inkomenspost. Het gaat vaak om schade aan tijd, lichaam, stem, vertrouwen en rechtspositie.

Vrijheidsschade ontstaat wanneer iemand onrechtmatig wordt opgenomen, vastgehouden of in zijn bewegingsvrijheid wordt beperkt. Een dag achter een gesloten deur is geen abstracte rekeneenheid. Het is een dag die niet kan worden teruggegeven.

Lichamelijke integriteitsschade ontstaat bij dwangmedicatie, fixatie, insluiting, onderzoek aan lichaam of kleding en medische handelingen zonder toereikende grondslag. Dat dit in een zorginstelling gebeurt, maakt het niet minder ernstig. Juist afhankelijkheid vergroot de ernst.

Procedurele schade ontstaat wanneer informatie, motivering, tijdige schriftelijke beslissing, pvp-toegang of effectieve klachtmogelijkheid ontbreekt. In de Wvggz is procedure geen formaliteit. Procedure is de dunne wand tussen zorg en willekeur.

Erkenningsschade ontstaat wanneer betrokkene gelijk krijgt, maar de vergoeding zegt: dit telde eigenlijk nauwelijks. Dat kan een tweede vernedering zijn. Eerst de dwang, daarna de lage taxatie van de betekenis van die dwang.

Institutionele schade ontstaat wanneer vertrouwen in zorg, rechtspraak, crisisdienst, klachtencommissie of pvp-structuur afbreekt. Een systeem dat vrijwilligheid zegt te prefereren maar onrechtmatige dwang goedkoop maakt, ondermijnt zijn eigen behandelrelatie.

De cijfers spreken te zacht over hard onrecht

Het eerdere artikel over schadevergoedingen in Wvggz-klachten laat een scherp patroon zien. In de publieke filterresultaten op wvggzklachten.nl waarin schadevergoeding als toegekend was gecategoriseerd, werden 69 uitspraken geinventariseerd. In 33 zaken was een exact bedrag zichtbaar.

Het exacte totaal bedroeg € 14.750. Het exacte gemiddelde was € 446,97. Maar de mediaan was € 100. Van de 33 exacte bedragen waren 22 bedragen € 100 of lager. In de indicatieve berekening vielen 58 van de 69 uitspraken, 84,1%, in categorieen tot en met € 499.

Dat is geen neutraal statistisch detail. Het is een rechtscultuur. De mediaan van € 100 zegt wat de praktijk als doorsnee erkenning durft uit te spreken. Het probleem is niet dat elke Wvggz-schending duizenden euro's moet opleveren. Het probleem is dat fundamentele schendingen zo gemakkelijk in de taal van tientjes en lage honderden verdwijnen.

Drie recente voorbeelden maken dat concreet. In zaak 26.119 werd opname en beperking van bewegingsvrijheid zonder wettelijke grondslag gegrond verklaard; de vergoeding werd € 300, gebaseerd op € 100 per dag. In zaak 26.120 ging het om fixatie, antipsychotische IM-medicatie en aansluitende opname zonder wettelijke grondslag; de vergoeding werd € 140, met voor overige en procedurele schendingen bedragen tot € 20 per keer. In zaak 26.132 ging het om twintig dagen ten onrechte toegepaste opname en ernstige beperking van bewegingsvrijheid; de vergoeding werd € 45 per dag, in totaal € 900.

Men kan deze bedragen juridisch verklaren. Precies dat is het probleem. De lage waardering is niet incidenteel bizar, maar genormaliseerd redelijk gaan klinken.

Waarom dit geen herstelrecht is

Herstelrecht in de Wvggz kan niet betekenen dat patient en instelling gezellig om tafel gaan zitten en daarna emotioneel afsluiten. De verhouding is niet symmetrisch. De instelling heeft het dossier, de taal, de routines, de macht om gedrag te duiden en vaak de fysieke controle over de omgeving. De betrokkene heeft herinnering, protest, beschadigd vertrouwen en soms ondersteuning.

Herstelrecht moet hier juridisch worden begrepen. Het gaat om een geheel van maatregelen waardoor een schending wordt erkend, gecompenseerd, gedocumenteerd, institutioneel verwerkt en zo veel mogelijk niet herhaald.

Lage schadevergoedingen ondermijnen vooral financieel en institutioneel herstel. Een bedrag van € 20, € 50 of € 100 kan in een instelling verdwijnen als incident. Het prikkelt niet tot structurele zelfcorrectie. Het maakt het onrecht financieel klein en bestuurlijk verteerbaar.

De functie van hogere bedragen

Hogere schadevergoedingen zijn niet nodig uit wraak. Zij zijn nodig omdat lage bedragen vier functies niet kunnen dragen.

Normbevestiging. Wanneer iemand zonder geldige titel is opgenomen, onterecht is gefixeerd, onrechtmatig medicatie heeft gekregen of procedureel buiten spel is gezet, moet de vergoeding zichtbaar maken dat dit in een rechtsstaat ernstig is.

Erkenning. Een betrokkene die gelijk krijgt, moet niet opnieuw horen dat zijn gelijk financieel bijna niets betekent. Geld herstelt niet alles, maar het weigert de aantasting te bagatelliseren.

Preventie. Als schendingen goedkoop blijven, wordt preventie afhankelijk van goede wil. Als schendingen merkbaar kosten, wordt zorgvuldigheid ook bestuurlijk rationeel.

Gelijke waardering van grondrechten. Een rechtsorde die zakelijke, reputatoire of contractuele schade soms groot kan waarderen, maar psychiatrische dwangschendingen met tientjes afdoet, communiceert een rangorde van krenkingen. Lichaam en vrijheid horen niet onderaan te staan.

Herstelrechtelijke normering

De politiek hoeft niet elk individueel bedrag voor te schrijven. Klachtencommissie en rechter moeten ruimte houden voor het geval. Maar de wetgever kan wel een stevig vertrekpunt vastleggen: rechtsvermoeden van immateriele schade, minimumbedragen, cumulatie als uitgangspunt, motiveringsplicht bij afwijking naar beneden en publicatie van de berekening.

Bij gegronde klachten moet immateriele schade worden vermoed wanneer de schending betrekking heeft op opname of verblijf zonder geldige titel, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting, separatie, fixatie, dwangmedicatie, onderzoek aan lichaam, beperking van communicatie of bezoek, of schending van informatie-, motiverings- of bijstandsplichten die effectieve rechtsbescherming raken.

SchendingHerstelrechtelijke ondergrens
Substantiele procedurele schending die rechtsbescherming raakt€ 250 per schending
Niet of te laat informeren over klacht, pvp of rechtsbijstand€ 250-€ 750
Onvoldoende gemotiveerde beslissing tot verplichte zorg€ 500
Onrechtmatige beperking van bewegingsvrijheid€ 150-€ 250 per dag
Opname of verblijf zonder geldige titel€ 250-€ 500 per dag
Insluiting of separatie zonder geldige grondslag€ 500 per dag of dagdeel
Fixatie zonder geldige grondslag€ 1.000 als startbedrag
Dwangmedicatie zonder geldige grondslag€ 1.000 als startbedrag
Fixatie gecombineerd met dwangmedicatie€ 2.500 als startbedrag
Herhaalde vergelijkbare schending door dezelfde instellingfactor 1,5 tot 3
Schending met aantoonbare langdurige gevolgenindividuele begroting bovenop forfait

Deze bedragen zijn niet buitensporig. Zij zijn bescheiden wanneer men ze afzet tegen vrijheidsbeneming, lichamelijke integriteit en afhankelijkheid binnen een gesloten zorgcontext. Zij zijn bovendien ondergrenzen. Ernstige gevallen, cumulatie, langdurige vrijheidsbeperking, politie-inzet, vernederende omstandigheden of herhaalde institutionele fouten kunnen hogere bedragen rechtvaardigen.

Het recht moet leren tellen waar de instelling heeft gestapeld.

Cumulatie, kwetsbaarheid en dossierherstel

Een onrechtmatige opname, gebrekkige motivering, ontbrekende pvp-informatie en beperking van communicatie zijn niet een algemeen ongemak. Het zijn afzonderlijke schendingen die elkaar kunnen versterken. Cumulatie moet daarom uitgangspunt zijn. Matiging mag, maar moet worden gemotiveerd; zij mag geen standaardreflex worden.

Het bedrag moet ook kunnen stijgen wanneer de betrokkene feitelijk geisoleerd was, geen effectieve toegang had tot telefoon, pvp of advocaat, onder druk stond van personeel, door sedatie minder kon reageren, of wanneer het dossier stigmatiserende taal bevatte die zijn verweer verzwakte.

Herstel eindigt niet bij betaling. Een gegronde klacht moet ook het dossier raken. De uitspraak hoort zichtbaar aan het dossier te worden toegevoegd. Onjuiste of misleidende passages moeten worden gecorrigeerd of voorzien van betwisting. Bij toekomstige Wvggz-procedures moet zichtbaar zijn dat eerdere verplichte zorg onrechtmatig is bevonden. Anders blijft het beschadigende verhaal circuleren terwijl het juridische gelijk in een losse brief verdwijnt.

Politieke erkenning: wat moet gebeuren?

Politieke erkenning van herstelbetalingen betekent niet dat de Tweede Kamer individuele klachten moet beoordelen. Het betekent dat de wetgever het kader verandert waarin de schade wordt gewaardeerd.

Dit is geen radicale breuk met het recht. Het is juist de consequentie van het bestaande recht. Als schadevergoeding al mogelijk is, moet zij ook serieus genoeg zijn om haar functie te dragen.

Bezwaren

"Het geld gaat ten koste van zorg." Dat draait de verantwoordelijkheid om. Niet de klager veroorzaakt de kosten, maar de schending. Een rechtsstaat kan niet vragen dat slachtoffers hun schade klein houden om de instelling te sparen.

"Dit leidt tot claimcultuur." In de Wvggz is het probleem eerder onderclaiming. Veel betrokkenen klagen niet, durven niet, weten niet hoe, zijn bang voor repercussies of willen na ontslag vooral weg uit het systeem. Meer claims kunnen betekenen dat verborgen schade eindelijk zichtbaar wordt.

"Niet elke fout is ernstig." Dat klopt. Maar in de Wvggz kan een formele fout de poort zijn waardoor lichamelijke of vrijheidsdwang zonder effectieve tegenspraak binnenkomt. De vraag is niet of een regel formeel oogt, maar welke bescherming zij moest bieden.

"Excuses zijn belangrijker dan geld." Excuses kunnen belangrijk zijn. Maar excuses zonder middelen kunnen goedkoop worden. Herstel vraagt woorden en consequenties.

"De klachtencommissie is geen civiele rechter." Juist daarom bestaat de Wvggz-route. De civiele weg is voor veel patienten te zwaar, te traag en te kostbaar. Als de klachtencommissie mag vergoeden, moet zij dat doen op een niveau dat past bij het rechtsgebied.

Instructie voor schadeverzoeken

Betrokkene, pvp en advocaat kunnen de schade scherper formuleren. Een verzoek moet niet blijven steken in: "ik wil schadevergoeding." Het moet de rechtsstatelijke schade zichtbaar maken.

  1. Benoem welke norm is geschonden: bijvoorbeeld artikel 8:9, artikel 8:13, informatieplicht, motiveringsplicht, beperking bewegingsvrijheid, opname zonder titel of dwangmedicatie zonder juiste procedure.
  2. Benoem welke grondrechten zijn geraakt: vrijheid, lichamelijke integriteit, privacy, communicatie, rechtsbijstand, effectieve klachtmogelijkheid.
  3. Benoem concrete gevolgen: angst, vernedering, slapeloosheid, ontregeling, gemiste contacten, verlies van vertrouwen, vermijding van zorg.
  4. Benoem de duur: dagen, dagdelen, momenten en cumulatie.
  5. Benoem afhankelijkheid: gesloten afdeling, geen telefoon, geen pvp, druk van personeel, sedatie, afzondering, taalproblemen.
  6. Benoem herhaling: eerdere vergelijkbare klachten, bekende instellingstekorten of terugkerende afdelingen.
  7. Vraag herstelmaatregelen: geld, schriftelijke erkenning, dossiercorrectie, herstelgesprek, verbeterplan en zo nodig melding aan toezicht.

Klaagster verzoekt schadevergoeding wegens immateriele schade. De gegrond te verklaren klacht betreft niet slechts een procedureel gebrek, maar een aantasting van haar bewegingsvrijheid, effectieve rechtsbescherming en persoonlijke autonomie binnen een gesloten zorgcontext. De geschonden norm had tot doel te voorkomen dat verplichte zorg zonder actuele, kenbare en toetsbare motivering zou worden toegepast. Klaagster verzoekt daarom niet om een symbolische tegemoetkoming, maar om een normbevestigende vergoeding die recht doet aan de ernst van de inbreuk en aan de preventieve functie van het klachtrecht.

Conclusie

Ja, het is tijd voor politieke erkenning van herstelbetalingen aan slachtoffers van falende GGZ-dwang. Niet omdat geld het geleden onrecht kan uitwissen, maar omdat het huidige lage schadevergoedingsniveau het onrecht te vaak opnieuw klein maakt.

Een gegronde Wvggz-klacht hoort niet te eindigen in een bedrag dat vooral laat zien hoe weinig de schending kost. Zij hoort te leiden tot erkenning, normbevestiging, dossierherstel, institutioneel leren en een vergoeding die de ernst niet bagatelliseert.

Tientjesrecht moet herstelrecht worden.

Bronnen en verder lezen