Analyse · overgangsrecht en dwangpsychiatrie
Geen oude dwang onder nieuwe naam
Overgangsrecht in de dwangpsychiatrie is geen technische bijlage bij wetgeving. Het is het moment waarop een burger ongemerkt kan worden overgedragen van het ene machtsvocabulaire naar het andere, terwijl instellingen, gemeenten, officier, rechter en politie de continuiteit van dwang vanzelfsprekend behandelen.
De kern
De overgang van de Wet Bopz naar de Wvggz en de Wzd ging niet alleen over nieuwe artikelen, nieuwe formulieren en nieuwe namen. De grammatica van dwang veranderde. De Bopz dacht primair in opname, psychiatrisch ziekenhuis, gevaar en machtiging. De Wvggz zegt te denken in verplichte zorg op maat, ernstig nadeel, zorgmachtiging, crisismaatregel, proportionaliteit, subsidiariteit, effectiviteit, zorgkaart, plan van aanpak, participatie en rechtsbescherming.
Maar nieuwe wetstaal is nog geen nieuwe praktijk. Het oude gevaar kan als nieuw ernstig nadeel terugkomen. De oude opname kan als nieuwe verplichte zorg terugkeren. De oude behandelconclusie kan in een nieuw zorgplan verschijnen. De oude institutionele waarheid kan een nieuwe wettelijke kop krijgen.
Geen oude dwang onder nieuwe naam zonder nieuwe rechtvaardiging.
Waarom overgangsrecht gevaarlijk is
In veel rechtsgebieden is overgangsrecht lastig maar beheersbaar. Contracten lopen door, vergunningen worden omgezet, procedures krijgen een datumregel. In de dwangpsychiatrie ligt dat anders. Hier gaat overgangsrecht over vrijheid, lichaam, medicatie, bewegingsruimte, woning, privacy, contact met naasten en de mogelijkheid om "nee" te zeggen.
De staat wil bij een regimewisseling twee dingen tegelijk: continuiteit van zorg en veiligheid, en onmiddellijke toepassing van nieuwe rechtsbescherming. Die doelen botsen. Voor de keten betekent continuiteit vaak: wij moeten kunnen doorgaan. Voor betrokkene betekent rechtsbescherming: u moet opnieuw uitleggen waarom u nog macht over mij mag uitoefenen.
Daarom moet overgangsrecht in dit domein niet worden ontworpen vanuit de vraag hoe instellingen zonder hapering doorwerken. De juiste vraag is: welke rechtsbescherming geldt, wanneer, tegenover wie, en wat is het rechtsgevolg als de keten zich vergist?
Van Bopz naar Wvggz en Wzd
De Wvggz en de Wzd traden op 1 januari 2020 in werking en kwamen in de plaats van de Wet Bopz. De Wvggz geldt voor mensen bij wie een psychische stoornis leidt tot gedrag dat ernstig nadeel veroorzaakt; de Wzd geldt voor mensen met een verstandelijke beperking of dementie. De Wvggz kent twee hoofdprocedures: een zorgmachtiging via de rechter en een crisismaatregel via de burgemeester bij spoed.
De officiële uitleg benadrukt dat verplichte zorg onder de Wvggz niet meer alleen in een instelling plaatsvindt. Verplichte medicatie, controles of andere vormen van zorg kunnen ook thuis of poliklinisch worden toegepast. Alleen wanneer zorg in de eigen omgeving niet kan, komt opname in beeld.
Dat klinkt menselijker dan een opnamewet. Maar het heeft een keerzijde. Onder de Bopz was de muur van de instelling de zichtbare grens van het dwangregime. Onder de Wvggz kan dwang diffuser worden: thuis, poliklinisch, via voorwaarden, toezicht, afspraken, gemeente, crisisdienst, FACT-team of politie. De wet zegt: minder institutioneel. De betrokkene kan ervaren: minder afgebakend.
De evaluaties bevestigen het risico
De eerste evaluatie van Wvggz en Wzd laat precies deze dubbelzinnigheid zien. ZonMw vermeldt dat de wetten belangrijke uitgangspunten van de Bopz handhaven, maar ook nieuwe elementen toevoegen: verplichte of onvrijwillige zorg buiten een instelling en meer aandacht voor wensen en voorkeuren van patient of client. Tegelijk worden knelpunten genoemd: onvoldoende soepel schakelen tussen beide wetten, sterke stijging van regeldruk en ingewikkelde wetgeving die tot kennislacunes leidt.
De tweede fase is nog scherper: implementatie en uitvoering verliepen moeizaam, er kwamen 70 aanbevelingen, en veel knelpunten hangen samen met de complexiteit van beide wetten en het verlies aan samenhang tussen de regelingen.
Dat is geen bestuurlijk detail. In dwangrecht is complexiteit een constitutioneel probleem. Een recht dat niemand begrijpt, werkt niet als recht. Een procedure die zoveel actoren, documenten en termijnen kent dat betrokkene de route niet meer kan volgen, wordt een doolhof met rechtsstatelijke gevel.
Vrijheidsbeschermende restrictiviteit
Overgangsrecht wordt vaak geschreven voor rechtszekerheid en bestuurlijke continuiteit. In de dwangpsychiatrie moet daar een sterker beginsel boven staan: vrijheidsbeschermende restrictiviteit. Een overgangsbepaling mag niet ruim ten nadele van betrokkene worden uitgelegd.
Als twijfel bestaat of een oude machtiging voldoende grondslag biedt voor een nieuwe vorm van verplichte zorg, moet het antwoord zijn: nee, tenzij de nieuwe wet met alle waarborgen opnieuw wordt toegepast. Overgangsrecht kan een bestaande titel tijdelijk bewaren, maar mag de inhoud van die titel niet materieel uitbreiden.
Een oude Bopz-machtiging die primair opname legitimeerde, mag niet door overgangsrecht veranderen in een open pakket van ambulante dwang, medicatie, toezicht en gedragsinstructies zonder nieuwe individuele toets.
Drie harde overgangsvragen
Werd de oude titel beperkt of uitgebreid? De keten mag een oude titel niet gebruiken als brug naar nieuwe dwangvormen die niet concreet zijn getoetst. Nieuwe of zwaardere verplichte zorg vraagt nieuwe toetsing.
Kreeg betrokkene onmiddellijk het sterkste rechtenregime? Nieuwe rechten mogen niet worden uitgesteld omdat een oude titel nog doorloopt. Uitleg in begrijpelijke taal, pvp-bijstand, klachtmogelijkheden, proportionaliteit, subsidiariteit, evaluatie en aandacht voor voorkeuren moeten meteen gelden.
Werd het dossier opnieuw gelezen? Een oud dossier mag niet mechanisch worden vertaald van gevaar naar ernstig nadeel. Er moet opnieuw worden gevraagd wat actueel, concreet, betwist, verouderd of slechts institutionele herhaling is.
Regime-erfenis
Een nieuw regime draagt sporen van het oude. Dat is normaal, maar in de dwangpsychiatrie riskant. De Bopz-erfenis bestaat uit minstens vijf reflexen.
- De opname-reflex: ook waar de Wvggz zorg buiten de instelling mogelijk maakt, blijft opname organisatorisch vertrouwd en beheersbaar.
- De gevaarstaal: ernstig nadeel kan concreter zijn dan gevaar, maar ook een nieuw containerbegrip worden voor risico, overlast, zelfverwaarlozing en behandelweigering.
- De behandelnoodzaak als vanzelfsprekendheid: diagnose plus risico wordt te snel vertaald in noodzaak van dwang, terwijl verplichte zorg de enige, proportionele en effectieve optie moet zijn.
- De institutionele geloofsvoorsprong: professionals krijgen formats en scholing; betrokkene krijgt vaak een brief, een gesprek of niets.
- De verwarring tussen zorgcontinuiteit en dwangcontinuiteit: vrijwillige steun mag doorlopen, maar staatsmacht moet telkens opnieuw worden gelegitimeerd.
Zorgcontinuiteit is waardevol. Dwangcontinuiteit is verdacht.
EVRM: geen titel, geen vrijheidsonneming
Artikel 5 EVRM beschermt het recht op vrijheid en veiligheid. Vrijheidsontneming moet in overeenstemming zijn met een wettelijk voorgeschreven procedure. Wie van zijn vrijheid is beroofd, heeft recht op snelle rechterlijke toetsing. Wie in strijd met artikel 5 is vastgehouden, heeft recht op schadevergoeding.
Voor overgangsrecht betekent dit dat de titel op elk moment helder moet zijn. Het mag niet onduidelijk zijn of iemand wordt vastgehouden onder oud recht, nieuw recht, een omgezette titel, crisismaatregel, zorgmachtiging of feitelijke dwang zonder titel.
Ook mag geen toetsingsgat ontstaan. Als de oude procedure eindigt en de nieuwe nog niet goed functioneert, mag betrokkene niet de prijs betalen. Bij twijfel over titel of procedure moet dwang worden beeindigd of onmiddellijk aan de rechter worden voorgelegd.
Taalwisseling is geen toetsing
De overgang van "gevaar" naar "ernstig nadeel" is juridisch niet vanzelf een verbetering. Ernstig nadeel kan precies worden ingevuld: welk nadeel, voor wie, hoe ernstig, hoe waarschijnlijk, binnen welke termijn, met welke causale relatie tot de psychische stoornis, en waarom kan vrijwillige zorg dit niet voorkomen?
Maar ernstig nadeel kan ook een nieuw reservoir worden waarin zorgen, irritaties, vermoedens, veiligheidsargumenten en institutionele frustratie verdwijnen. Daarom is bij overgangsrecht een semantische herbeoordeling nodig.
De vraag is niet: hoe noemen we het oude gevaar nu ernstig nadeel? De vraag is: bestaat er volgens het nieuwe recht, met actuele feiten en individuele motivering, werkelijk ernstig nadeel dat verplichte zorg noodzakelijk, proportioneel en effectief maakt?
Lopende procedures
Overgangsrecht wordt scherp bij lopende procedures: een Bopz-verzoek dat voor 1 januari 2020 is ingediend maar daarna wordt behandeld, een lopende inbewaringstelling, een voorwaardelijke machtiging, een klacht over een oude beslissing of schade wegens dwang die deels onder oud en deels onder nieuw recht viel.
Drie beginselen moeten leidend zijn. Voor de rechtmatigheid van een concrete dwanghandeling telt de datum van die handeling. Voor nieuwe beslissingen geldt nieuw recht. Voor bijstand, informatie, klacht, evaluatie, uitleg en participatie gelden de nieuwe rechten onmiddellijk.
Daarom hoort iedere betrokkene in een overgangssituatie een individueel overgangsbericht te krijgen: welke titel geldt, tot wanneer, welke vormen van verplichte zorg zijn toegestaan, welke rechten gelden nu, welke oude voorwaarden blijven gelden, welke nieuwe voorwaarden zijn toegevoegd en waar kan men klagen?
Wvggz, Wzd en regime-shopping
De overgang Bopz naar Wvggz/Wzd was ook een splitsing. Mensen passen niet altijd netjes in wettelijke categorieen. Psychiatrische problematiek, cognitieve beperkingen, verslaving, dementie, verstandelijke beperking en trauma kunnen door elkaar lopen. De vraag welk regime geldt, bepaalt procedure, actoren, klachtmogelijkheden, besluitvorming en praktijkcultuur.
Hier ontstaat het risico van regime-shopping. Dat hoeft geen kwade trouw te zijn. Het kan ook organisatorische druk zijn: men kiest het regime dat sneller, bekender, beschikbaar of beheersbaar is. Voor betrokkene is dat onaanvaardbaar. Het toepasselijke regime moet volgen uit wettelijke criteria, niet uit de route met de minste frictie.
| Overgangsvraag | Rechtsstatelijke eis |
|---|---|
| Waarom Wvggz en niet Wzd? | Schriftelijke regimekeuze-motivering |
| Welke oude informatie wordt meegenomen? | Dossier-audit met betwiste en verouderde passages |
| Welke rechten veranderen? | Begrijpelijke uitleg aan betrokkene |
| Wordt dwang uitgebreid? | Nieuwe onafhankelijke toets |
| Is er twijfel over de titel? | Geen verplichte zorg zonder onmiddellijke verificatie |
De forensische rand
Naast Wvggz en Wzd bestaat de Wet forensische zorg. De grens met strafrecht en veiligheid is belangrijk, omdat een persoon kan verschuiven van patient naar risico-object. Civiele zorgtaal en forensische risicotaal kunnen elkaar versterken.
Overgangsrecht moet daarom contextbescherming bieden. Een civiele psychiatrische kwalificatie mag niet zonder nieuwe toets forensisch worden verzwaard. Een forensische risicoterm mag niet zonder meer civielrechtelijke dwang dragen. Telkens moet de rechter vragen: welke titel, welk doel, welke noodzakelijkheid, welke proportionaliteit, welke individuele feiten?
De sluipende overgang naar veiligheid
De gevaarlijkste regimewisseling hoeft niet in een nieuwe wet te staan. Zij kan sluipend plaatsvinden via gemeentelijke meldpunten, zorg- en veiligheidshuizen, politie-informatie, risicotaxaties, lokale persoonsgerichte aanpakken, woonoverlastbeleid, crisisdiensten en data-uitwisseling.
Dan ontstaat een hybride figuur: betrokkene is tegelijk patient, risico, overlastgever, zorgmijder, verward persoon, veiligheidsdossier en gemeentelijk casusobject. De Wvggz blijft formeel zorgrecht, maar de context wordt veiligheid.
Daartegenover moet een harde norm staan: geen veiligheidsopschaling zonder juridische herkwalificatie. Als een zorgdossier veiligheidsbetekenis krijgt, moet betrokkene dat weten, kunnen betwisten, kunnen zien welke gegevens worden gedeeld en toegang hebben tot onafhankelijke toetsing.
Acht overgangsrechten
Overgangsrecht wordt te vaak geschreven voor instanties. Een rechtsstatelijk overgangsrecht begint bij betrokkene. Die heeft minstens acht rechten nodig.
- Regime-duidelijkheid: welk regime geldt: Bopz-resttitel, Wvggz, Wzd, Wfz, strafrecht, vrijwillige zorg of geen titel?
- Titel-duidelijkheid: welke concrete beslissing, datum, instantie, duur, plaats, voorwaarden en rechtsmiddelen?
- Inhoudelijke herbeoordeling: geen conversie van titel zonder toetsing aan nieuwe criteria.
- Sterkste rechtsbescherming: nieuwe procedurele rechten gelden onmiddellijk.
- Dossiercommentaar: betrokkene moet oude passages kunnen betwisten en verouderde informatie kunnen markeren.
- Regimekeuze-motivering: bij meerdere denkbare regimes moet schriftelijk worden uitgelegd waarom deze route geldt.
- Onafhankelijke overgangstoets: bij twijfel moet snel rechterlijke of onafhankelijke toetsing beschikbaar zijn.
- Herstel bij fout: overgangsfouten die dwang mogelijk maken, vragen erkenning, correctie en schadevergoeding.
Politieke opdracht
De politiek moet overgangsrecht in de dwangpsychiatrie niet meer behandelen als technische paragraaf achter in een wetsvoorstel. Bij elke toekomstige wijziging van Wvggz, Wzd of een geintegreerd regime zijn harde waarborgen nodig.
- Een publieke overgangseffectrapportage: hoeveel mensen vallen onder lopende machtigingen, welke titels worden omgezet, welke rechten veranderen en welke risico's bestaan?
- Individuele overgangsbesluiten of overgangsberichten voor iedereen die door een regimewisseling wordt geraakt.
- Beperkte conversie: oude titels mogen geen ruimere dwang mogelijk maken.
- Automatische herbeoordeling bij lopende machtigingen die na regimewisseling doorlopen.
- Een sterkste-rechtenclausule voor informatie, bijstand, klacht en schadevergoeding.
- Een wettelijk verbod op regime-shopping uit organisatorisch gemak of veiligheidsdruk.
- Dossier-audit bij regimewisseling.
- Reele schadevergoeding bij overgangsfouten.
- Openbare monitoring van overgangsproblemen, regimeconflicten, termijnfouten, klachten en schadevergoedingen.
- Een tijdelijke onafhankelijke overgangsautoriteit bij grote stelselwijzigingen.
Processtrategie
Voor advocaat, pvp en betrokkene zijn overgangssituaties geen randkwesties, maar proceskansen. De kernvragen zijn hard en praktisch.
- Wat is de exacte titel van de verplichte zorg?
- Onder welk regime is die titel verleend?
- Welke overgangsbepaling maakt voortduring mogelijk?
- Welke vormen van verplichte zorg waren concreet toegestaan?
- Welke vormen worden nu feitelijk toegepast?
- Is sprake van uitbreiding van dwang zonder nieuwe toets?
- Zijn nieuwe Wvggz-rechten onmiddellijk toegepast?
- Is het oude dossier kritisch herbeoordeeld?
- Is ernstig nadeel actueel gemotiveerd of slechts uit oud gevaar vertaald?
- Is schadevergoeding gevraagd bij procedurele of materiele overgangsfouten?
Dit is niet formalistisch. In dwangrecht is vorm inhoud. Termijnen, titels, bevoegdheden en motiveringen zijn de wand tussen burger en macht.
Conclusie
Het diepste beginsel van overgangsrecht in de dwangpsychiatrie moet zijn: dwang erft niet automatisch door. Een machtiging kan tijdelijk doorlopen als de wet dat bepaalt, maar de normatieve legitimiteit van dwang moet opnieuw worden verdiend.
De overgang Bopz naar Wvggz/Wzd was een lakmoesproef. De volgende regimewijziging wordt dat opnieuw. Wordt overgangsrecht geschreven voor instellingen, zodat de keten soepel draait? Of wordt het geschreven voor betrokkenen, zodat niemand ongemerkt uit het oude regime naar het nieuwe wordt meegenomen?
Geen oude dwang onder nieuwe naam. Geen nieuwe bevoegdheid op oude titel. Geen regimewisseling zonder kennisgeving. Geen overgangsfout zonder herstel.