Rechtskritiek · taal, macht en Wvggz
De geneesheer-directeur: een eufemisme met een witte jas
De titel “geneesheer-directeur” klinkt alsof de betrokkene tegenover een genezende autoriteit staat. In de Wvggz staat hij vaak tegenover iets anders: een institutionele schakel die de dwangroute bestuurlijk, medisch en juridisch ordent.
De titel doet het werk al
Er zijn woorden die niet alleen benoemen, maar alvast winnen. “Geneesheer-directeur” is zo'n woord. Wie die titel hoort, hoort niet onmiddellijk: dossierbeheerder, procedurebewaker, dwangcoördinator, institutionele poortwachter, schakel tussen officier van justitie, psychiater, zorgverantwoordelijke en rechter. Wie die titel hoort, hoort: een heer die geneest.
En precies daar begint het probleem. De Wvggz spreekt in de taal van zorg, herstel, maatwerk, eigen regie en participatie. Maar in het dwangkader gaat het niet primair om genezing. Het gaat om machtiging, beperking, toezicht, medicatie onder druk, controle op gedrag, opname, risicobeheersing en het voorkomen of verminderen van ernstig nadeel.
Wie dwang organiseert, moet niet schuilen achter een geneeskundige mantel.
De witte jas boven het dossier
In de procedure voor een zorgmachtiging bereidt de officier van justitie de aanvraag samen met de geneesheer-directeur voor. De geneesheer-directeur informeert de patiënt, wijst de onafhankelijk psychiater aan die de medische verklaring opstelt, verstrekt relevante gegevens, wijst de zorgverantwoordelijke aan, beslist mee over het eigen plan van aanpak en stuurt het dossier naar de officier.
Dat is geen neutrale bijrol. Dat is een knooppuntfunctie. De geneesheer-directeur zit op de kruising van zorg, bestuur, dossierproductie, dwangvoorbereiding en justitiële doorgeleiding. Hij of zij is geen rechter, geen advocaat, geen pvp en geen onafhankelijke grondrechtenfunctionaris. De functie opereert vanuit de instelling en binnen de keten die verplichte zorg mogelijk maakt.
Daarom is de titel gevaarlijk. Zij geeft medische warmte aan bestuurlijke macht. Zij maakt een machtspositie intiemer, zachter en vanzelfsprekender dan zij voor betrokkene vaak voelt.
Archaïsch, paternalistisch, verdovend
“Geneesheer” is een oud woord. In gewoon taalgebruik is het grotendeels verdwenen. Taaladvies Vlaanderen noemt “arts” de officiële titel en merkt op dat “geneesheer” geen officiële term is en steeds minder wordt gebruikt. Toch blijft de Wvggz-taal aan dit woord hangen alsof het vanzelfsprekend is.
Dat is niet onschuldig. De titel draagt een negentiende-eeuwse hiërarchie mee: de heer, de inrichting, de patiënt, de medische orde, het gezag van bovenaf. Zelfs wanneer de functie door een vrouw wordt vervuld, blijft de titel historisch en grammaticaal beladen. Het is een fossiel in een wet die juist rechtsbescherming, inspraak en eigen regie zegt te willen versterken.
Een rechtsstaat die dwang mogelijk maakt, moet nuchter spreken. Geen therapeutische mist. Geen paternalistische resttaal. Geen titel die doet alsof verzet tegen dwang eigenlijk verzet tegen genezing is.
De Wvggz vraagt geen genezingsbewijs
De scherpste kritiek is eenvoudig: het Wvggz-criterium is geen genezingscriterium. Verplichte zorg kan worden opgelegd wanneer een psychische stoornis gedrag veroorzaakt dat leidt tot ernstig nadeel, vrijwillige zorg niet mogelijk is, en verplichte zorg noodzakelijk, doelmatig en zo min mogelijk ingrijpend is.
Men kan iemand onder dwang medicatie geven zonder genezing te bewijzen. Men kan iemand opnemen zonder herstel te bereiken. Men kan iemand kalmeren, dempen, begrenzen, structureren, observeren of institutioneel beheersbaar maken zonder hem te genezen.
De titel “geneesheer-directeur” laat een verborgen redenering mee lopen: omdat een arts betrokken is, is het geneeskunde; omdat het geneeskunde is, is het zorg; omdat het zorg is, is het goed; omdat het goed is, moet de betrokkene niet moeilijk doen. Recht op Geest verwerpt die redenering.
De titel schuift het conflict weg
Elke Wvggz-procedure bevat een conflict. De betrokkene wil vaak vrijheid, rust, erkenning, een andere lezing van zijn situatie, een ander tempo, geen dwangmedicatie, geen opname, geen institutioneel dossier. De instelling wil zekerheid, continuïteit, risicoreductie, juridische dekking en voortgang in de keten. De rechter moet onder tijdsdruk beslissen op basis van stukken die al grotendeels in professionele taal zijn gevormd.
De titel “geneesheer-directeur” maakt dat conflict minder zichtbaar. Wie tegen een directeur verplichte zorg spreekt, spreekt tegen een machtsfunctionaris. Wie tegen een geneesheer spreekt, lijkt tegen hulp te spreken. Wie bezwaar maakt tegen een ggz-directeur verplichte zorg, maakt bezwaar tegen dwang. Wie bezwaar maakt tegen een geneesheer-directeur, lijkt bezwaar te maken tegen genezing.
Dat is de sluwheid van de titel: zij maakt verzet semantisch verdacht.
Geen neutrale rechtsstatelijke term
Een rechtsstaat moet machtsfuncties helder benoemen. De officier van justitie heet officier van justitie. De rechter heet rechter. De advocaat heet advocaat. De burgemeester heet burgemeester. Maar in de Wvggz verschijnt een hybride figuur met een titel die medisch, bestuurlijk en paternalistisch tegelijk is.
Die hybride macht is concreet. Bij het eigen plan van aanpak beslist de geneesheer-directeur binnen korte termijn of betrokkene toestemming krijgt om zo'n plan op te stellen, na overleg met de officier van justitie. Later beoordeelt hij of het plan het risico op ernstig nadeel wegneemt. Daarmee raakt deze functie direct aan de ruimte voor zelfregie en alternatieven voor dwang.
Wanneer zo'n bevoegdheid “geneesheer” heet, wordt macht gemedicaliseerd. Dan lijkt een procedurele drempel minder een machtsbeslissing en meer een deskundig oordeel. Maar voor betrokkene is het resultaat hetzelfde: wel of geen ruimte voor een alternatief plan, wel of geen voortzetting van de dwangroute, wel of geen dossier richting officier en rechter.
Het woord beschermt een wereld
Men zal zeggen: maak je niet druk, het is maar een historische functietitel. Dat is te gemakkelijk. In het recht bestaan geen onschuldige kernbegrippen. Wie een functie benoemt, legitimeert haar. Wie een titel behoudt, behoudt een wereldbeeld.
“Geneesheer-directeur” beschermt een wereld waarin psychiatrisch gezag vanzelf spreekt. Een wereld waarin de instelling zichzelf ziet als rationeel centrum en betrokkene als dossierobject. Een wereld waarin dwang steeds opnieuw wordt vertaald naar zorg, en zorg steeds opnieuw naar noodzakelijkheid.
Maar als de zorgmachtiging werkelijk zorg is, waarom voelt zij voor zoveel betrokkenen als straf zonder strafproces? Als de geneesheer-directeur werkelijk primair genezer is, waarom is zijn procedurele rol zo nauw verbonden met de officier van justitie, de medische verklaring, het zorgplan en het verzoekschrift?
Noem het eerlijker
De minimale correctie is eenvoudig: vervang “geneesheer-directeur” door “ggz-directeur verplichte zorg” of “directeur verplichte ggz”. Dat klinkt minder mooi. Precies daarom is het eerlijker.
Die titel benoemt de instelling, het domein en de macht. Zij suggereert geen genezing. Zij gebruikt geen ouderwets mannelijk prestige. Zij doet niet alsof de betrokkene tegenover een genezende heer staat.
Nog beter is splitsing van de rol: een procedureel directeur verplichte zorg voor termijnen en stukken; een onafhankelijke rechtsbeschermingsfunctionaris buiten de instelling voor hoorbaarheid, dossiercorrectie, alternatieven en effectieve tegenspraak; en een zorginhoudelijke coördinator zonder beslissingsmacht over de toegang tot dwang.
Ja, er is zorg
Deze analyse ontkent niet dat er zorg bestaat. Er zijn verpleegkundigen die nabij blijven, psychiaters die luisteren, crisisdiensten die escalatie voorkomen, behandelingen die helpen en mensen die vrijwillig steun zoeken. Dat moet niet worden weggezet.
Maar dit artikel gaat niet over vrijwillige hulp. Het gaat over de taal van verplichte zorg. Over het moment waarop het systeem niet vraagt maar oplegt, niet overtuigt maar machtigt, niet wacht maar doorzet. Juist daar moet taal sober, eerlijk en machtsbewust zijn.
Ontmedicaliseer de dwangtaal
De hervormingsagenda van Recht op Geest begint bij een eenvoudige eis: noem dwang dwang. Wie de taal van het systeem overneemt, heeft de eerste nederlaag al geleden. Wie “geneesheer-directeur” zegt zonder ongemak, accepteert de suggestie dat de dwangroute in wezen geneeskunde is.
Daarom moet het woordenboek van de Wvggz worden herzien. Niet langer: geneesheer-directeur, verplichte zorg als zachte formule, behandeling als vanzelfsprekende rechtvaardiging, patiënt als passief object, ernstig nadeel als open containerbegrip. Maar: directeur verplichte ggz, vrijheidsbeperkende interventie, betrokkene als vrijheidsdrager, aantoonbare noodzaak, effectieve tegenspraak, constitutionele proportionaliteit en schadebewustzijn.
Slotsom
“Geneesheer-directeur” is geen neutrale functietitel. Het is een eufemisme dat een dwangbestuurlijke rol bekleedt met medische waardigheid. Het woord suggereert genezing waar de Wvggz-procedure vooral draait om risicobeheer, dwangvoorbereiding en institutionele regie.
Schrap de geneesheer-directeur. Noem hem de ggz-directeur verplichte zorg. En bouw daarnaast eindelijk een echte rechtsbeschermingsfunctionaris in: onafhankelijk, constitutioneel en hoorbaar voor betrokkene.
Waar de taal eerlijk wordt, begint de rechtsbescherming.
Bronnen
- Informatiepunt Dwang in de Zorg, Procedure voor een zorgmachtiging.
- Informatiepunt Dwang in de Zorg, Eigen plan van aanpak in de Wet verplichte ggz.
- Informatiepunt Dwang in de Zorg, Wet verplichte ggz (Wvggz).
- Team Taaladvies Vlaanderen, arts / dokter / geneesheer.
De officier van justitie Hervormingsagenda Wvggz Definitiemacht