Analyse · NVvP, beroepsmacht en grondrechten

Tegen de psychiatrische orthodoxie

De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie spreekt de taal van zorgvuldigheid, professionele standaarden, proportionaliteit en rechtsbescherming. Maar zodra de Wvggz werkelijk constitutioneel wordt doordacht, verschijnt de oude reflex: de psychiater moet blijven zitten aan de poort van de vrijheid.

Stelling

De NVvP zegt niet: wij willen macht. Institutionele macht spreekt zelden zo kaal. Zij zegt: uitvoerbaarheid, behandelcontinuïteit, veiligheid, medical expert, passende zorg, beroepsnormen, minder administratieve lasten en betere aansluiting op de praktijk. Maar de vertaling is vaak dezelfde: laat de psychiatrie haar eigen dwangketen beheren, laat de wet zich voegen naar de uitvoeringspraktijk, en laat de rechter vertrouwen op het psychiatrisch formulier.

Recht op Geest verwerpt die volgorde. Niet omdat psychiaters geen kennis hebben. Niet omdat psychiatrie nooit kan helpen. Niet omdat crisis, suïcidaliteit, psychose, verwaarlozing, intoxicatie of agressie onwerkelijk zijn. Maar omdat een rechtsstaat die vrijheidsontneming, gedwongen medicatie, insluiting, politiebijstand, huisbezoek en institutionele overmacht mogelijk maakt, niet mag beginnen bij beroepsmacht. Zij moet beginnen bij grondrechten.

De Wvggz moet niet worden gemoderniseerd als psychiatrische behandelwet. Zij moet worden herboren als grondrechtenwet.

Wat de NVvP terecht ziet

De NVvP erkent dat verplichte zorg ingrijpt op fundamentele rechten en waarden. Zij noemt strenge eisen: vrijwillig waar kan, verplicht waar nodig, geen minder bezwarende alternatieven, niet langer dan noodzakelijk, effectief en veilig. Dat is de juiste eerste zin.

Maar daarna verschuift het perspectief. De Wvggz verschijnt vooral als complexe uitvoeringswet voor psychiaters, geneesheer-directeuren, zorgverantwoordelijken en ketenpartners. De NVvP benadrukt gegevensuitwisseling, informatieverplichtingen en beperking van administratieve lasten voor de psychiater. De constitutionele vraag wordt zo snel opgenomen in een beroepsvraag: hoe blijft het werkbaar voor de professional?

Recht op Geest stelt de omgekeerde vragen. Hoe wordt de betrokkene werkelijk procespartij? Hoe wordt psychiatrische definitiemacht begrensd? Hoe krijgt de burger hoger beroep? Hoe verdwijnt het OM uit de civiele dwangprocedure? Hoe wordt de medische verklaring vervangen door een grondrechtenverklaring? Hoe wordt de psychiater adviseur in plaats van poortwachter?

De orthodoxe kern

In haar reactie op de Evaluatiewet wil de NVvP de betrokkenheid van een psychiater borgen bij het besluit tot uitvoering van verplichte zorg. In de volledige reactie wordt dat geformuleerd als recht op betrokkenheid van een medical expert zoals een psychiater, met overeenstemming met een psychiater voordat verplichte zorg wordt uitgevoerd.

Dat lijkt op het eerste gezicht een extra waarborg. Wie kan tegen deskundigheid zijn? Maar hier werkt de orthodoxie. De betrokkenheid van de psychiater wordt gepresenteerd als rechtsbescherming, terwijl zij in de praktijk vaak functioneert als legitimatiemachine. De psychiater classificeert, objectiveert, formuleert ernstig nadeel, vertaalt gedrag naar stoornistaal, koppelt verzet aan ziekte-inzicht en levert het document waarop de civiele dwangketen draait.

Een medische waarborg is geen constitutionele waarborg wanneer dezelfde beroepslogica de taal, urgentie, causaliteit en bewijsconstructie van de vrijheidsbeperking produceert.

De psychiater mag adviseren, behandelen, waarschuwen en expertise leveren. Maar de psychiater mag niet langer de constitutionele poortwachter zijn. Die rol hoort bij een onafhankelijke Wvggz-beoordelaar of Wvggz-geaccrediteerde jurist met grondrechtelijke opdracht, toegang tot medische kennis, maar zonder onderwerping aan psychiatrische beroepsmacht.

De medische verklaring als machtsdocument

De medische verklaring is de liturgie van de Wvggz. Zij oogt deskundig, onafhankelijk en objectief. In werkelijkheid kan zij een formulier zijn dat institutionele taal omzet in juridische waarschijnlijkheid. De rechter toetst, maar meestal binnen de door de psychiatrie aangeleverde werkelijkheid.

Juist daarom is het veelzeggend wanneer vanuit NVvP en Nederlandse ggz eerder meer discretionaire bevoegdheid werd bepleit voor de psychiater om de eigen onafhankelijkheid bij het opstellen van de medische verklaring vast te stellen. Waar de burger meer afstand, meer tegenspraak en meer externe controle nodig heeft, vraagt de beroepsgroep om meer vertrouwen in professionele zelfbeoordeling.

Onafhankelijkheid is geen innerlijke kwaliteit van de professional. Onafhankelijkheid is een institutionele constructie. Zij moet zichtbaar, toetsbaar, betwistbaar en afdwingbaar zijn.

Noem dwang dwang

Een veelzeggend punt is het verzet van de NVvP tegen de term "gedwongen zorg". De vereniging acht die wijziging zeer ongewenst en wijst op stigmatisering, onduidelijkheid, regeldruk en kosten. Recht op Geest ziet daarin geen klein taalkwestietje, maar taalpolitiek.

"Verplichte zorg" klinkt bestuurlijk. "Gedwongen zorg" raakt het lichaam. Wie tegen zijn wil wordt opgenomen, geïnjecteerd, beperkt, ingesloten of door politie naar zorg wordt geleid, wordt niet alleen verplicht. Hij wordt gedwongen.

Het woord gedwongen stigmatiseert niet de betrokkene. Het stigmatiseert de handeling. En dat is precies waarom het nodig is. Grondrechten leven van morele frictie. Wie dwang toepast, moet het woord verdragen.

Wilsbekwaamheid

De NVvP en Nederlandse ggz zijn positief over het voorstel om wilsbekwaamheid te laten beoordelen door de zorgverantwoordelijke op het moment dat deze besluit verplichte zorg te verlenen. De NVvP stelt dat verplaatsing naar het moment van daadwerkelijke start inhoudelijk goed te verantwoorden is; hoogstens is er dan geen rechterlijke toets meer, maar klachtrecht en intern toezicht zouden kwaliteit hoog houden.

Dat "hoogstens" is onthullend. Geen rechterlijke toets meer is in een dwangprocedure geen detail. Wilsbekwaamheid is het scharnier tussen autonomie en dwang. Als een burger wilsbekwaam nee zegt tegen behandeling, moet de rechtsstaat niet zoeken naar het meest praktische moment waarop de uitvoerder die weigering kan ombuigen.

Recht op Geest stelt daarom: wilsbekwaam verzet moet in beginsel blokkeren. Afwijking daarvan vereist een zware, expliciete, rechterlijke grondrechtentoets vooraf, behalve bij strikt omschreven acute nood. "Geen ziekte-inzicht" mag nooit automatisch "wilsonbekwaam" betekenen.

Hybride beoordelen

Digitale beoordeling kan praktisch zijn. Maar digitale middelen in een dwangprocedure zijn nooit neutraal. Een videoverbinding kan reistijd besparen, maar ook de lichamelijke werkelijkheid van betrokkene reduceren tot schermobject. Zij kan het tekort aan psychiaters oplossen, maar de procespositie van betrokkene niet verbeteren.

De kernvraag is niet of een psychiater via beeldbellen genoeg kan zien. De kernvraag is of de vrijheidsdrager door digitale beoordeling sterker of zwakker komt te staan. Als digitale beoordeling vooral logistiek voordeel oplevert voor de keten, is zij geen rechtsbescherming maar personeelsmanagement.

Digitale middelen mogen alleen wanneer zij de positie van betrokkene aantoonbaar versterken: eigen verklaring, correctierecht, vastlegging, mogelijkheid om aan te geven wat via beeld niet zichtbaar was, en nooit als structurele vervanging van persoonlijk contact als waarborg.

Klachten, schade en registratie

In eerdere input van NVvP en Nederlandse ggz werd gesteld dat klacht- en beroepsmogelijkheden in de Wvggz hun doel voorbijschieten en werd zelfs het schrappen van schadevergoedingen uit de Wvggz als optie genoemd. Ook werd gepleit voor minder wettelijke registratievereisten.

Dat botst frontaal met de agenda van Recht op Geest. Waar de betrokkene eindelijk beperkte instrumenten krijgt om beslissingen aan te vallen, ziet de beroeps- en branchelogica verstoring. Waar schadevergoeding zichtbaar maakt dat dwang niet gratis is, verschijnt de angst voor aanzuigende werking. Waar registratie toezicht mogelijk maakt, verschijnt het bezwaar van administratieve last.

Maar rechtsmiddelen zijn geen hinderlijke bijproducten. Zij zijn de sporen waarmee de rechtsstaat kan reconstrueren wat zij vooraf te gemakkelijk heeft geloofd.

OM en geneesheer-directeur

De Wvggz geeft het Openbaar Ministerie de rol van verzoeker bij de zorgmachtiging. Dat werpt een justitiële schaduw over een procedure die niet strafrechtelijk hoort te zijn. De NVvP maakt van dit punt geen fundamenteel breekpunt. Dat is begrijpelijk vanuit ketenlogica: het OM brengt het psychiatrische dossier naar de rechter. Maar vanuit de betrokkene is het verkeerde symboliek.

Ook de geneesheer-directeur kan niet de oplossing zijn voor het rechtsstatelijke tekort. Interne toetsing kan nuttig zijn, maar zij is geen externe rechtsbescherming. De geneesheer-directeur is geen rechter, geen advocaat van betrokkene en geen burgerrechtencommissaris. Hij is ingebed in dezelfde zorgstructuur die dwang voorbereidt, legitimeert en uitvoert.

De orthodoxie vertrouwt op professionele reflectie. De rechtsstaat vertrouwt niet; hij controleert.

Levensloopmachtiging

De wens om bij bepaalde levenslooptrajecten de maximale duur van de zorgmachtiging te verlengen, bij voorkeur naar vijf jaar, is vanuit grondrechtelijk perspectief een alarmbel. Een tijdelijke uitzonderingstoestand dreigt dan een bestuurlijk levensformat te worden. De burger wordt niet incidenteel begrensd vanwege concreet ernstig nadeel, maar langdurig geadministreerd als risicodrager.

Een zorgmachtiging mag geen levensloopcontract met de dwangstaat worden. Als langdurige ondersteuning nodig is, moet die worden georganiseerd via rechten, wonen, inkomen, begeleiding, vrijwillige zorg, bestaanszekerheid en sociale bescherming. Niet door de machtiging steeds langer te maken.

Het verschil in één tabel

Vraag Psychiatrische orthodoxie Recht op Geest
Kernprobleem Complexiteit en uitvoerbaarheid van de wet. Constitutionele scheefgroei en institutionele overmacht.
Medische verklaring Behouden en werkbaarder maken. Vervangen door grondrechtenverklaring.
Psychiater Medical expert en centrale waarborg. Adviseur, niet langer poortwachter.
Wilsbekwaamheid Dichter bij de uitvoering door zorgverantwoordelijke. Zware rechterlijke toets bij wilsbekwaam verzet.
Taal Liever verplichte zorg dan gedwongen zorg. Noem dwang dwang.
Klachtrecht en schade Risico op last, vertraging en aanzuigende werking. Noodzakelijke tegenmacht en rechtsherstel.
Hoger beroep Geen centraal programmapunt. Onmisbaar bij vrijheidsbeperking.

Slot

De Wvggz is te ernstig om aan één beroepsgroep over te laten. Dat is fel, maar niet anti-psychiatrisch. Het is anti-feodaal. Een democratische rechtsstaat laat vrijheidsontneming niet ontwerpen door de beroepsgroep die de vrijheidsontneming professioneel uitvoert.

De NVvP mag meepraten. Zeker. Zij kent de crisisdienst, opnameafdeling, medicatieproblemen, forensische rand, systeemdruk en tekorten. Maar meebeslissen over de constitutionele architectuur van dwang is iets anders dan die architectuur bezitten.

De psychiater uit de troonzaal van de procedure betekent niet: de psychiater uit de zorg. Het betekent: niet langer een beroepsformulier als sleutel tot de vrijheid van een burger.

De rechtsstaat begint niet met diagnose. De rechtsstaat begint met vrijheid.

Bronnen en verder lezen